Continue glucosemeting systeem principes

Medtronic's methode van continue glucosemeting is gebaseerd op het meten van een elektrische stroom in een subcutaan aangebrachte elektrode die we sensor noemen. De stroom door de sensor wordt elke 10 seconde gemeten. Deze gemeten stroomwaarden worden elke 5 minuten gemiddeld en omgerekend naar het glucosegehalte in het interstitiële vocht met de volgende formule
       SG = ISIGAVG x CAL      {Principles 1}
Hierin is SG de (door de sensor gemeten) glucosewaarde in mmol/l,
ISIGAVG is de gemiddelde stroom door de sensor in nA,
CAL is de calibratiewaarde in mmol/l/nA.

Omdat er geen directe methode is om de glucosewaarde in het interstitiële vocht te meten gebruiken we de glucosewaarde van capilair bloed om de calibratiewaarde te bepalen. Deze calibrabatiewaarde moet elke 12 uur worden ingevoerd en wordt berekend als
       CAL = BG / ISIGAVG+10      {Principles 2}
Hier is BG de bloedglucose van een vingerprik in mmol/l
en ISIGAVG+10 is de gemiddelde sensorstroom in nA gemeten 10 minuten na de bloedglucosemeting.

Deze methode gaat uit van de volgende veronderstellingen:

  • De bloedglucosewaarde is gelijk aan de glucosewaarde in het interstitiële vocht met een vertraging van 10 minuten. Zie hoofdstuk "Bloed en interstitieel vocht glucose profielen" voor meer details;
  • De electrische stroom van de sensor is een lineaire functie van de glucosewaarde in het interstitiële vocht.